Kartografie? |
![]()
|
Kartografie, is dat nou met een c of met een k? Cartografen gaan unaniem voor de k, omdat het woord is afgeleid van het oer-Nederlandse woord kaart, maar het Groene Boekje wil hier niet aan en hanteert nog altijd de c als beginletter. Mijn spellingsvoorkeur gaat daarom uit naar de c. In het Kartografisch woordenboek staat kartografie vermeld bij de k, met de volgende omschrijving: Het toegankelijk en hanteerbaar maken en overdragen van ruimtelijk informatie, met nadruk op de visualisatie en interactie, afgestemd op het oplossen van ruimtelijke problemen. Bedrijven in de informatiebranche koppen regelmatig vol trots in hun advertenties welk percentage van de informatie die mensen met elkaar uitwisselen een ruimtelijke component bevat. Geloof me, dat percentage is niet gering! Ruimtelijke informatie is alle informatie die je aan een plekje op de aarde kan relateren, en daarbij maakt het niet uit hoe die informatie precies gecommuniceerd wordt. Voor de cartografie is dat wel van belang, want de ruimtelijke informatie moet immers toegankelijk en hanteerbaar zijn, wat inhoudt dat mensen snel in staat moeten zijn om de ruimtelijke informatie te verwerken. Cartografen visualiseren de informatie daarom doorgaans op een kaart, maar er zijn ook andere manieren om de informatie over te dragen, denk bijvoorbeeld aan gesproken of geschreven tekst, tabellen, grafieken of afbeeldingen. Het ligt vaak voor de hand om ruimtelijke informatie letterlijk in kaart te brengen, maar het kan goed zijn dat een van deze andere manieren effectiever is. Het ligt er maar net aan. Een cartograaf zal dus altijd een afweging moeten maken voor de presentatie van ruimtelijke informatie. Goed, stel dat de cartograaf ervoor kiest om de informatie weer te geven op een kaart. Dan zijn er nog allerlei mogelijkheden om die kaart vorm te geven. Daar zal ik straks op ingaan. De cartograaf moet daarbij altijd rekening houden met het doel en de doelgroep van de kaart. Degene die de kaart zal gaan gebruiken, moet snel de benodigde informatie uit de kaart kunnen halen. Standaardvragen die de kaartgebruiker stelt bij het raadplegen van een kaart zijn: Wat is daar? en Waar is dat? Beide vragen liggen ten grondslag aan veel ruimtelijke vraagstukken en moeten met behulp van de kaart snel beantwoord kunnen worden. Zelf zou ik de definitie van cartografie wat verbreden. Zo mis ik bijvoorbeeld de notitie van het onderscheid tussen cartografie als vakgebied en als wetenschap. Cartografen richten zich niet alleen op het visualiseren van ruimtelijke informatie, ze kruipen ook regelmatig in de rol van de kaartgebruikers, door allerlei kaarten kritisch te bekijken en te evalueren. Er is al veel onderzoek verricht naar de wijze waarop mensen kaarten gebruiken. En de bevindingen van menig onderzoek zijn toegepast in kaarten die in de periode erna zijn vervaardigd. Het is niet vreemd dat veel cartografen het verzamelen van kaarten als hobby hebben. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ook ik in mijn vakantie-albums menig kaartje tussen de foto's heb geplakt. Eigenlijk zijn cartografen grootgebruikers van kaarten! Zo kun je cartografie dus ook als een hobby beschouwen. Bovendien zie ik cartografie als een kunstvorm. Zoals er veel wegen naar Rome leiden, zijn er ook vele mogelijkheden om ruimtelijke informatie op een duidelijke manier te visualiseren. De uitdaging voor mij is vervolgens om de informatie op een creatieve manier in kaart te brengen, zoals een chefkok aan zijn gerechten werkt. In zekere zin is cartografie te vergelijken met een recept, waarmee je een kaartje kan maken waarbij menig kaartgebruiker zijn vingers zal aflikken! Ik vraag me wel eens af of er een verband bestaat tussen functionaliteit en esthetiek bij kaarten. Kunnen kaartgebruikers uit kaarten die hen aanspreken eerder, gemakkelijker en beter de informatie afleiden die ze nodig hebben? Komt de boodschap van de cartograaf goed over? Een omgekeerd verband is ook denkbaar. Als kaartgebruikers de benodigde informatie uit een kaart kunnen afleiden, spreekt de kaart hen dan meer aan? En is de boodschap van de cartograaf dan goed overgekomen? Het is natuurlijk altijd mogelijk dat een kaart verkeerd wordt geïnterpreteerd... Het geniepige zit 'm erin dat een cartograaf dat niet alleen onbewust, maar ook bewust kan beïnvloeden zonder ook maar iets te wijzigen aan de gegevens waarop de kaart gebaseerd is! Zoals er leugens en statistiek bestaan, bestaan er ook kaarten. En niet alles wat op een kaart staat is per definitie waar. Je bent dus gewaarschuwd! Het recept voor een functioneel én esthetisch verantwoorde kaart blijft natuurlijk beroepsgeheim. De ingrediënten wil ik graag met je delen, maar de verhouding waarmee je ze met elkaar moet vermengen, houd ik voor me. Het zal je vast niet verbazen dat verschillende mengverhoudingen tot een verrassend resultaat zullen leiden! |
![]()
Recept voor een cartografisch verantwoord kaartje... |
![]()
|
Zoals gezegd bestaat een kaartje uit verschillende ingrediënten die in uiteenlopende concentraties je smaakpapillen passeren. Het is belangrijk dat je de concentraties goed afweegt, want anders blijft de zo zorgvuldig gekozen smaak van je recept niet hangen en schiet je je doel voorbij! Vraag je dus telkens goed af hoe en in welke mate je elk ingrediënt toepast! Hieronder vind je de belangrijkste ingrediënten van elk kaartje. Grootte is het eerste ingrediënt. Een gehaktbal zul je sneller in een kommetje soep terugvinden dan een klein soepballetje. Precies zo vallen grote symbolen en dikke lijnen op een kaart meer op dan kleine symbolen en dunne lijnen. Om grotere hoeveelheden aan te duiden kun je daarvoor perfect gebruik maken van grotere symbolen en lijnen. Zorg wel dat de verhouding in grootte en dikte evenredig is met de werkelijkheid, anders kan je kaartje een vertekend beeld geven. Let er ook op dat je je gehaktballen niet te groot maakt, want anders passen ze niet meer in je soepkommetje, en proeft bovendien ook de minder fijnbeproefde fijnproever de rest van de soep niet meer! Kortom, weeg de grootte van je symbolen en lijnen goed af! Misschien wel het belangrijkste ingrediënt is kleur. Met kleurvariaties beïnvloed je niet alleen de smaakindruk van je gerecht, maar ook in belangrijke mate het uiterlijk, en dat is eigenlijk precies zo op de kaart. De blauwe M & M is immers niet voor niets tussen de groene, rode, gele en bruine M & M's in het zakje beland. Let wel goed op bij het gebruik van kleur. Sommige kleuren zijn onlosmakelijk verbonden aan specifieke objecten en verschijnselen. Blauw is de kleur van het water, groen van de natuur, van lager gelegen gebieden op een hoogtekaart, van politiek links en gunstige ontwikkelingen. Rood staat daarentegen voor ongunstige ontwikkelingen, veldslagen en communistische stromingen, en bruin is de kleur van de hogere gebieden op een hoogtekaart. En grijs doet natuurlijk sterk denken aan de vergrijzing van de bevolking. Met kleurvariaties kun je dus niet alleen je kaartje verfraaien, je versterkt (of verzwakt) er ook een indruk mee die je de proevers van je gerecht mee wilt geven! Houd ook goed de intensiteit van de kleuren die je in je kaartje gebruikt in de gaten. Intensiteit is een derde ingrediënt. Door bepaalde ingrediënten in grotere concentraties toe te voegen zullen ze meer bijdragen aan de totaalsmaak van je gerecht. Meer zout in je soep zal tot een zouter soepje leiden... heel logisch! Het gebruik van variaties in kleurintensiteiten in kaartjes werkt net zo: een donkere tint wordt door de kaartlezers geassocieerd met een hoge concentratie van een bepaald verschijnsel, terwijl een lichtere tint wordt geassocieerd met een lage concentratie. Natuurlijk kun je dit resultaat met alle tinten bereiken die je maar kunt bedenken! Cartografen groeperen de concentratiewaarden doorgaans in een beperkt aantal klassen, zodat ze met behulp van een legenda gemakkelijk door de kaartlezers onderscheiden kunnen worden. Ook symbooltjes en patronen dragen sterk bij aan je gerecht. Denk bijvoorbeeld aan Spongebobmacaroni. Leuk voor de kleintjes, maar toch smaakt Spongebob niet anders dan Octo, ook al is het verschil duidelijk zichtbaar. Op een kaartje kun je op deze manier vliegvelden, havens en golfterreinen onderscheiden door middel van bijvoorbeeld een vliegtuigsymbooltje, een ankertje en een golfsticksymbooltje. Een doorgetrokken streep doet denken aan een autoweg, terwijl een geblokte lijn meestal een spoorweg voorstelt. En ook met lettertypen kun je in je kaart variëren. Zoals je ziet heb je bij het gebruik van patronen en symbooltjes een enorme keuzevrijheid. Maar pas op! Als je je patronen en de grootte van je symbooltjes aanpast, ken je bewust (of onbewust) meer belang toe aan de bijbehorende gekarteerde objecten! Ten slotte: onderschat de opmaak van je gerecht niet. Zoals een vork altijd links van je bord ligt en een mes rechts ervan, kun je een legenda, een noordpijl of een schaalaanduiding meestal het beste aan de rand van je kaartje plaatsen. Een decoratie kan een leuke toevoeging aan je kaartje zijn. Zoals een blaadje sla in de garnalencocktail staan ook kleine fotootjes en tekeningetjes vaak goed in een kaartje. De belangrijkste ingrediënten heb ik met jullie gedeeld. Ga er maar eens lekker mee experimenteren! Er zijn nog meer ingrediënten die een cartograaf tot z'n beschikking heeft, maar die worden doorgaans in mindere mate gebruikt. Bovendien zijn enkele ingrediënten niet mijn favoriet, net zoals ik spruitjes ook liever mijd... Je ziet 't: de chefkok drukt een zware stempel op z'n culinaire hoogstandjes! |
![]()
|
|
![]()
![]()